|
Geisoleerde Accu Bewaking door Ton v. Lankveld
In mijn (toekomstig) autonoom wagentje heb ik twee accu's. Een van 6V, voor de motoren, en een van 12V, voor de elektronika. Om te voorkomen dat pulsen die geinduceerd worden door de motoren en motorbesturingen de elektronika storen, moeten deze groepen strikt galvanisch gescheiden blijven. Om toch signalen van de 6V naar de 12V te kunnen sturen kan men onder andere gebruik maken van optocouplers.

(Het plaatje opslaan met rechtermuisknop. Dan is hij groter en beter te zien.)
Zoals je in het schema kunt zien heb ik de bekende timer NE555 als oscillator gebruikt. De onderdelen R1, R2 en Cl bepalen de frequentie. De zenerdiode Dl levert de referentiespanning van 2,4V. Als nu de accuspanning daalt lijkt het voor de 555 alsof de referentiespanning stijgt. Hierdoor duurt het langer voordat de spanning over Cl de 2,4V bereikt, en dus daalt de frequentie.
De twee transistors zijn als stroombron geschakeld. De zener levert, als de uitgang van de 555 hoog is, een vaste spanning en de collectorstroom wordt dan bepaald door de emitorweerstand. De stroom door T1, vóór de optocoupler, is ingesteld op ongeveer 10mA. De stroom door de LED op ongeveer 20mA.
Beneden de 3V accuspanning houdt de oscillater er mee op. Tussen de 7.0 en 4.0V ligt de frequentie-spanningverhouding op; 730Hz + 77Hz/V.
Er zijn twee methoden om deze freqentie om te zetten in een meetwaarde. Men kan natuurlijk de frequentie direkt meten en daar de accuspanning van afleiden. Of men hangt achter de optocoupler een getriggerde pulsgever, bijvoorbeeld een NE555, die een puls
van circa 1 mSec afgeeft en vlakt deze pulsen af met een weerstand en kondensator. Nu nog de offsetspanning, veroorzaakt door de 730Hz, aftrekken en men heeft een analoge
spanning die evenredig is met de accuspanning.
Wil men deze schakeling gebruiken voor een andere accuspanning, bijvoorbeeld 12V, dan zal men andere zenerdiode's moeten kiezen. Eveneens zal men de weerstanden R4 en R6 opnieuw moeten berekenen.
|